Den Halen

De achtergrond van het mei-den halen

De Mei-maand, ook wel bloei-maand genaamd, heeft zijn naam te danken aan de Romeinse godin Maia, de godin van het ontwaken van de lente. De Germanen spraken van "Wunnimanoth", of wonnemaand, wegens de herlevende kracht der natuur, de wonne of lust, die de bloeitijd meebrengt. Mei zou in oud-Duits maid, meid, meisje betekenen; dus Meimaand, maand der meisjes.

Tijdens de Franse Republiek werd deze tijd Floréal genoemd, de maand der bloemen en de katholieken hebben deze maand aan Maria, de "schoonste bloem van hemel en aarde", toegewijd. Uit dit alles spreekt de hoop op nieuw leven, de overwinning op de winter. De opbloeiende natuur deed ook de mensen opbloeien en dan vooral de huwbare jongens en meisjes. Vanzelfsprekend werd er dan gefeest en dit Meifeest, dit lentefeest met zijn overdadige vruchtbaarheidssymboliek, is van alle tijden en van alle volkeren. Algemeen schijnt geweest te zijn dat de viering in de nacht ervoor begon, in wat de Duitsers "Walpurgisnacht" noemen, en die vernoemd is naar de heilige Walburga, beschermster tegen hekserij en tovenarij. In die nacht werden de meibomen (meestal sparren) geplant, werden meitakken op huizen en in de straten gezet en werden brandstapels opgericht voor de traditionele Meivuren. Dergelijke gebruiken waren over grote delen van Europa verbreid, maar ze zijn toch niet specifiek Europees, ze komen over de hele wereld voor. In de Middeleeuwen moeten aldus hele steden en dorpen in het groen zijn gezet. In Mheer zelfs nog tot het midden van de vorige eeuw, zoals blijkt uit een kranten-artikel uit de Limburger Koerier van 2 Mei 1941.

Oudere mensen uit het dorp hebben ons een zelfde verhaal verteld over de Mei-viering in vroeger dagen en wij mogen dus aannemen dat dit de oorsprong is van het Mei-Den planten zoals het heden ten dage nog steeds gebeurt. Alleen de diepere zin van het gebruik is op de achtergrond geraakt.

Zoals uit het geciteerde stukje blijkt, is men in 1927 weer begonnen met het stiekem halen en planten van een Mei-Den. Rond de dertiger jaren werd een club in het leven geroepen die de organisatie van de Mei-Den traditie weer in handen nam, de zogenaamde Mei-club.


de Mei-club


Uit een verslag van een oude Mheerdenaar (Sjeng Senden), die jarenlang het voortouw had bij deze Mei-club, lezen we hoe het Mei-Den halen in Mheer werd georganiseerd. Het planten stond jarenlang onder leiding van Sjeng Senden. Piet van Gerven nam het van hem over en deed dit ook vele jaren. Nadat Frans van Proemeren het van Piet had overgenomen, is het nu al een aantal jaren Jo van Proemeren die de leiding op zich neemt.

De dag dat de Mei-Den gehaald wordt, herleeft in de Mheerder gemeenschap een ietwat nostalgische sfeer van saamhorigheid en ongecompliceerde vrolijkheid. Ieder lid van de Mheerder Jonkheid spoedt zich 's morgens op tijd naar de plaats van vertrek. Want niet meegaan met de Mei-den betekent eigenlijk niet erbij horen. En dat kan zelfs geen enkeling zich permitteren. Een aandachtig toeschouwer zal bij eenieder der ongetrouwden een gevoel van stoerheid, ja zelfs een onverbloemde mannelijkheid kunnen waarnemen. En als zij dan 's avonds weer in het dorp arriveren, zijn lijf en leden met hars en humus besmeurd en rieken hun kleren naar paardedampen. Doch dit uiterlijk dragen de ongetrouwden met fierheid, want het is het bewijs dat zij deze dag hun beste krachten hebben gegeven aan de nieuwe Mei-Den.

Het hele verloop van het Mei-Den halen wordt in dit verslag op meesterlijke wijze geschetst door oud-Mheerdemaar Mathieu Theunissen. Zijn verslag was bestemd voor de "Mheerder Post", een journaal van het Mheerder thuisfront voor de negen jongens van Mheer die in de periode 1946-1950 in het toenmalige Nederlands-Indië onder de wapenen lagen.

Uit dit ooggetuigenverslag van ruim 30 jaar geleden blijkt dat, zowel de jeugd als de geheIe bevolking van Mheer een bijzondere plezierige dag aan het halen van de Mei-Den beleefde. Er zijn in de loop van de tijd echter ook jaren geweest dat de belangstelling op deze dag zeer miniem was.

Oude gebruiken en tradities worden vaak met moeite in ere gehouden en dan ineens bloeien ze weer op en krijgen ze weer de aandacht die ze verdienen. Zo is het ook gegaan met de traditie van het inhalen van de Mei-Den. Op het einde van de jaren vijftig waren er in Mheer, door de mechanisatie in de landbouw, te weinig paarden over om er de den mee naar Mheer te vervoeren. In 1958 heeft men toen moeten besluiten om een tractor voor de dennekar te zetten.


De tractor verving enkele jaren de paarden.


Deze beslissing is bijna de doodsteek geweest voor de Mei-Den van Mheer. Hij werd nog wel ieder jaar gehaald en geplant, maar de belangstelling voor dit gebeuren slonk zienderogen, met een dieptepunt op het einde van de zestiger en het begin van de zeventiger jaren.
In het jaar 1968 is de den (welk een schande) zelfs op de "sjtiepe" blijven staan, omdat men zich liet verdrijven door een regenbui. Men heeft nog geprobeerd om het den-halen wat meer cachet te geven door de den aan de ingang van het dorp af te halen met de drumband van de schutterij (in 1972 en 1973), maar ook dit initiatief mocht niet baten. En dan eindelijk in 1983 heeft het toenmalige bestuur het moedige en broodnodige besluit genomen om de den, net zoals vroeger weer met paarden te gaan halen. Dit heeft ervoor gezorgd dat het halen van de Mei-Den weer ging leven in Mheer. Dat begint al in de ochtend-uren als de paarden arriveren op het kasteel. Vele toeschouwers zijn dan aanwezig en kijken belangstellend naar het optuigen en inspannen van de paarden. En als de stoet zich dan in beweging zet richting Bovenste Bos in Epen, berouwt menig oud-lid van de Jonkheid heimelijk de dag dat hij getrouwd is.

De den wordt trouwens pas vanaf 1981 in Epen gehaald. In de beginjaren kapte men de den in Altembroeck en later op Katterot bij 's-Gravenvoeren. Ook de plaats waar de den geplant werd, is in de loop van de tijd nogal eens veranderd. Zijn eerste plaats was naast de put, die voor het huidige café in de Smidse stond. Toen deze put moest wijken voor het toenemende verkeer, moest ook de den uitwijken en wel naar de hoek voor de smid. Begin jaren zestig verhuisde de den naar Boven-Mheer, waar hij eerst naast de kerk in de oprit van het kasteel heeft gestaan. Daarna werd hij enkele jaren op en nabij de parkeerplaats geplant, totdat hij in 1975 zijn "definitief' plekje vond tegenover de kerk.

Zoals we reeds zagen, leeft de traditie van het denhalen weer en is de eerste zaterdag van Mei gereserveerd voor de Jonkheid. Rond een uur of zes 's avonds zien we al mensen door het dorp slenteren in afwachting van de Jonkheid met de nieuwe den. Als ze dan eindelijk zijn gearriveerd en de paarden de laatste hindernis naar Boven-Mheer nemen, staat de hele berg vol met enthousiaste mensen. Het is dan ook een prachtig schouwspel als de bezwete paarden met hun rinkelende bellen en aangespoord door hun menners, zwaar stampend de berg op komen met achter zich aantrekkend de dennekar met de nieuwe Mei-Den en daarop een grote groep zingende jeugd. Boven aan de kerk is het nog even oppassen geblazen, want ook deze laatste bocht moet feilloos genomen worden. De vele toeschouwers die zich aan de kerk verzameld hebben, zoeken snel een veilig heenkomen om niet geraakt te worden door de kop van de den. Dan wordt voor de laatste keer halt gecommandeerd en is de Mei-Den op de plaats van bestemming.


In d'r hoesberg



Als de paarden zijn uitgespannen en verzorgd, zit het werk voor de Jonkheid erop en kunnen zij gaan genieten van een lekker glaasje bier. Het werk is nu aan de getrouwden, want hun taak is het om de den kaarsrecht te planten. ledereen probeert een plaatsje te krijgen aan de "sjtiepe", dit zijn rondhouten die met een ketting aan elkaar zijn gekoppeld en voorzien van dwarslatten. Op aanwijzingen van Frans van Proemeren worden de "sjtiepe" beurtelings getild en verplaatst. Regelmatig wordt gepauzeerd om het door de Jonkheid aangeboden bier of het door pastoor Zengers aangeboden "drupke" te nuttigen. Hoe hoger de den komt, hoe korter de "sjtiepe" bij elkaar komen. Tijdens het omhoogtillen wordt het gat waarin de den geplaatst is regelmatig met zand gevuld. Als de den dan uiteindelijk - zo tegen elf uur - recht staat, kunnen ook de getrouwden gaan meefeesten.

Op zondagmorgen zal menigeen nog even een blik werpen op de nieuwe Mei-Den om te controleren of hij wel echt recht staat en in stilte nagenieten van het mooie Mei-feest.

 

De achtergrond van het mei-den halen

Het Den-halen in Mheer is een gebruik dat zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld tot een traditie zoals we die tegenwoordig kennen. Ieder jaar opnieuw wordt op de eerste zaterdag van mei met veel man- en paardenkracht de zware Den naar Mheer gehaald, waar hij met 'sjtiépe' en 'sjiére' naast de kerk wordt recht gezet. De traditie dient de saamhorigheid binnen de gemeenschap, maar de zin van het gebeuren kennen we niet meer. Het 'nut' van het halen en planten van een Meiboom zijn we vergeten. De wortels van de Mei-den liggen in een diep en donker verleden. Het planten van de Mei-den stamt uit een niet-christelijke tijd waarin de mens nog niet in staat was om de wetten der natuur te verklaren. Laten we voorop stellen dat de vroege bewoners van onze streek met het planten van de Mei-den een doel voor ogen hadden. Het planten van een Meiboom op een centrale plek in de gemeenschap paste in hun spiritueel denken, in hun natuurgodsdienst die zij beleefden.

Historische achtergrond.
In vrijwel alle culturen over de hele wereld werden bomen op de een of andere wijze vereerd. De Kelten en Germanen die hier ooit leefden kenden eveneens een boomcultus waarbij bomen werden vereerd. Zij zagen een boom als een verblijfplaats van een boomgeest en daarmee was de boom bezield. Door offers te brengen aan de boomgeest kon men hem gunstig stemmen en zo het noodlot afweren. Bij de Kelten werden onder meer dode vogels opgehangen in de offerboom, maar ook slingers van bloemen dienden als offer voor de boomgeest. We kunnen ons de boomverering voorstellen als de primitieve voorganger van de tempelverering. In tijden dat dergelijke bouwwerken nog niet bestonden, vereerden volksstammen de imposante en monumentale schatten van het bos. Een passage over de boomverering komen we ook in de bijbel tegen, in 2 Kronieken 24 vers 1.8 lezen we:

'Toen verlieten zij het huis des Heeren, des Gods hunner vaderen, en dienden de bossen en de afgoden; toen was een grote toornigheid over Judea en Jeruzalem, om deze hun schuld.' In onze streek werd met name de eik, de linde en de den (of spar) als heilige bomen vereerd. Daarbij stond de altijd groene den symbool voor vruchtbaarheid. Vruchtbaarheid voor het vee, voor de gewassen op het land en voor de jonge mannen en vrouwen uit het dorp.

In Mheer wordt de Den op de eerste zaterdag van mei gehaald en geplant. Mei is de maand van de weer ontluikende natuur die zich klaar maakt om vrucht te dragen. De bloeimaand is een periode van vruchtbaarheid en van bevruchting. In mei legt immers iedere vogel een ei. Het is de tijd waarin de dieren zich vermenigvuldigen en de meeste gewassen beginnen te bloeien. In een tijd dat de bevolking nog volledig afhankelijk was van de welwillendheid van de natuur plantten zij aan de vooravond van deze jaarcyclus een Mei-den op een centrale plek in de gemeenschap. Meestal kwam deze boom uit een heilig bos. We kunnen de boom zien als een soort van offer aan een hogere macht, aan een godheid. De Mei-den werd, en wordt nog steeds, ieder jaar vernieuwd. Dit symboliseert de natuurgeest die ieder jaar ritueel sterft en herrijst. De heidense volkeren vierden in de nacht voorafgaande aan 1 mei Vanadisnacht, beter bekend onder de gekerstende naam Walpurgisnacht of het Keltische Beltane. Vanadis is één van de namen van Freya, de godin van magie en mysteriën en van liefde en lust. Het is een feest waarop in oude tijden de vreugdevuren ontvlamden en jonge geliefden elkaar vonden. Er werd een Meiboom geplant die dan ook waarschijnlijk werd opgedragen aan Freya, godin van de vruchtbaarheid. Nadat de Meiboom was opgezet, werd rond de boom gedanst en gefeest. Dit is een essentieel gegeven, want mede hierdoor bleef dit gebruik tot op de dag van vandaag bewaard.
Uit de overlevering is bekend dat de vooravond van 1 mei nog tot in de 19e eeuw door de ongetrouwdejeugd van Mheer gevierd werd. In die nacht plaatsten vrijgezelle jongens anoniem een dennenboompje voor het huis van hun geliefde. We kunnen dit vergelijken met het versturen van valentijnskaarten die verliefden elkaar tegenwoordig anoniem toesturen.

Kerstening
We hebben het tot nog toe alleen maar gehad over heidense gebruiken. Hoe valt het dan te verklaren dat de Mei-den planting tot op de dag van vandaag voortleeft?
Tweeduizend jaar geleden deed het Christendom officieel zijn intrede. Maar dat betekent natuurlijk niet dat iedereen vanaf dat moment ook daadwerkelijk Christen was. Binnen het Romeinse Rijk was er plaats voor vele goden. Evenals de andere heidense volkeren waren de Romeinen polytheïsten. Andere religies werden door Rome getolereerd en dat gold ook in eerste instantie voor het Christendom. De Romeinen vereerden hun voorvaderen en met hen vele goden, ook de keizer zelf werd als een god vereerd.


Klaar voor vertrek in 1934, voor het eerst met de paarden.


Eén van de basisprincipes van het Christendom is het geloof in één god. Alle verering van andere goden werd gezien als afgoderij en werd daarom verboden. Dit is een voorname reden waarom de Romeinse keizers in conflict raakten met het Christendom. Later, rond 315 na Chr., schenkt keizer Constantijn de Grote weer volledige godsdienstvrijheid aan de Christenen. Na zijn dood wordt het Christendom zelfs tot enige erkende staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk verheven.
Het Christendom breidde zich gestaag uit en daarbij moesten de heidense natuurgodsdiensten plaats maken voor het christelijk geloof. Het behoeft geen uitleg dat dit niet zonder slag of stoot verliep. Ontneem een volk hun geloof, ze blijven de gewoontes en tradities van hun voorvaderen voortzetten. Veelal kwamen de christelijke leiders de heidenen halverwege tegemoet en werden heidense gebruiken ingepast in christelijke feesten en gebruiken. Dit proces van verchristelijking noemen we de kerstening. Door het Christendom werd zo de meimaand uitgeroepen tot Mariamaand, waarbij men probeerde de verering van de heidense vruchtbaarheidsgodin om te buigen naar een verering van de Heilige Maagd.
Maar uit de overlevering over de oorsprong van het Den-halen in Noorbeek blijkt dat de plaatselijke bevolking nog lang bleef hechten aan heidense gebruiken als de boomverering. In 1634 heerste in onze streek de pest. De pestepidemie zorgde voor grote sterfte onder het vee. De inwoners van Noorbeek besloten om een dennenboom te halen en plaatsten deze op het dorpsplein naast de kerk. Hieruit blijkt dat zij de boomverenng nog lang niet vergeten waren, sterker nog, door een dennenboom aan St. Brigida te offeren geloofden zij dat de zwarte ziekte zou uitblijven en het vee weer vruchtbaar werd. Wel zien we dat de Den gekerstend wordt; de boom wordt niet meer opgedragen aan een heidense godheid maar aan de heilige Brigida uit het christelijk gedachtegoed. We weten niet of de toenmalige Mheerdenaren hetzelfde ritueel uitvoerden, maar dit moeten we niet uitsluiten.
Ook in Banholt komen we een gekerstende Mei-den tegen. Daar wordt hij aan de parochieheilige St. Gerlachus opgedragen. In tegenstelling tot de buurdorpen Banholt en Noorbeek is de Den van Mheer nog een echte Mei-den. De Den van Mheer is dus de meest 'heidense' van de drie.

Den in Mheer
Ergens tussen 1927 en 1930 wordt er in Mheer weer begonnen met het planten van Mei-den, en wel op de eerste zaterdag van mei. Waarschijnlijk is het Den-halen in Mheer op zich ouder, maar zorgde de eerste wereldoorlog voor een korte onderbreking. Vanaf die tijd tot nu is er weliswaar het een en ander veranderd, maar de kern van het gebeuren is nog steeds aanwezig: er wordt een den uit een bos gehaald en rechtgezet op een centrale plek in het dorp.
Het groepje Mheerdenaren dat het initiatief nam om het Den-halen weer te laten herleven, noemde zich de Mei-club. Tot in 1950 was de Mei- club belast met het organiseren van het Mei-den gebeuren. Daarna nam de jonkbeid haar taak over.
In die eerste jaren werd de Mei-den stiekem uit het bos van Altembroek gestolen en op de schouders naar Mheer gedragen. Daar aangekomen werd hij door zowel ongehuwde als gehuwde mannen met de bekende hefbomen rechtgezet. In 1934 besluit de Mei-club om de Den met paardenkrachten te halen. In dat eerste jaar trekken twaalf versierde paarden de kar met daarop de trotste Mei-den van Mheer. De Den werd op Snauwenberg geladen en vandaar trok men Voerenberg af richting Voeren. Na het nemen van enige 'dropkes' aan d'r pley in Voeren ging men verder naar g'n Vitsje. Via de Stashaag bereikte de Den Mheer en werd er een 'triomftocht' door het dorp gemaakt. Aan de put in boven- Mheer werd gedraaid en zo keerde de stoet weer terug naar onder- Mheer, waar de Den werd rechtgezet. In die eerste jaren stond de Den naast het voormalig kapelletje in onder-Mheer. Later in de naaste omgeving van de put in onder-Mheer, bij de smidse. Vanaf de jaren zestig wordt de Mei-den naast de St. Lambertuskerk geplant.
Als gevolg van de landbouwmechanisatie waren er in 1958 te weinig paarden in Mheer om de Den te halen en werd besloten om de tractor in te zetten. Met het wegvallen van de paarden, viel ook de belangstelling en het enthousiasme voor het mei-gebeuren weg. In 1983 werden weer levende paardenkrachten gebruikt en dit zorgde weer voor een opleving van de traditie. Sindsdien zorgen de paarden weer ieder jaar voor een schitterend schouwspel, een samenspel tussen mens en dier.

Tot slot
Het planten van een den aan de vooravond van de bloeimaand maakt deel uit van het erfgoed van onze voorvaderen uit een ver verleden. Zij waren ervan overtuigd dat hij hun een vruchtbare oogst en daarmee nieuw leven zou brengen. Wij zijn ervan overtuigd dat de den saamhorigheid en eensgezindheid binnen onze gemeenschap dient en dat we deze vruchtbare traditie zullen voortzetten en doorgeven aan een nieuwe generatie. Dat de traditie van de Mheerder Mei-den haar vruchten blijft afwerpen en nog lang mag blijven groeien en bloeien!

 

De Nederlandse vlag in de Mheerder den.

Een onmisbaar onderdeel van de Den van Mheer is de Nederlandse driekleur die het hele jaar hoog in de lucht fier boven Mheer uit wappert. Vanaf de heropleving van het Den-halen in de jaren twintig maakt het rood- wit-blauw deel uit van de Mheerder Den. Zelfs gedurende de Duitse bezetting werd de Mei-den ieder jaar vernieuwd met trots in zijn groene kop, de Nationale driekleur !


De Mei-den van 1934 met de Nederlandse driekleur in Voeren.