Over de Jonkheid

Een stukje historie

Uit de historie, rond het stichtingsjaar 1690, van de Jonkheid St. AIoysius te Mheer. Willen wij de reden van het ontstaan van de Jonkheid goed begrijpen, dan is het nodig even stil te staan bij de levensomstandigheden in die roerige tijden. Tevens zal hier de neergang van de moraal in een erbarmelijke uitzichtloze toekomst belicht worden.

Aan de grote ontberingen en verwoestingen van de 80-jarige oorlog leek een einde gemaakt te zijn door de vrede van Munster in het jaar 1648. De gevolgen hiervan waren voor Maastricht en omliggende gebieden niet van dien aard dat de algemene rust kon wederkeren. De landen van Overmaas, waaronder ook het Graafschap Dalhem waartoe Mheer toen behoorde, moesten nog wachten tot 1661, toen het zogenaamde "Partage-Tractaat" tot stand kwam, waarbij de Landen van Overmaas werden verdeeld in een Spaans en een Staats deel. In de tussenliggende periode maakten beide partijen aanspraak op deze gebieden en maatregelen en tegenmaatregelen volgden elkaar op.

Aanstonds na de afkondiging van de vrede van Munster herhaalden de Staten-Generaal hun bevel tot sluiting van de kerken en vertrek van de geestelijken. De katholieken zagen zich uitgesloten van alle ambten en uit de schepenbanken. De kerkelijke goederen werden in beslag genomen en aangewend voor de kerken en scholen van de Gereformeerden. Tevens werd de traditionele "Broonk" verboden, die in onze streek al in het jaar 1246 vanuit Luik zijn oorsprong kende, en in het jaar 1264 onder paus Urbanus IV (voomalig aartsdiaken van het bisdom Luik) als verering van de "Corpus Christie" in de hele katholieke kerk werd uitgedragen. Kerkdiensten aan huis en in schuilkelders werden in het leven geroepen, meestal onder het patronaat van een martelaar uit de tijd van de Romeinse onderdrukking der christenen. Het kerkje in Mheer, dat nauw aan het kasteel en zijn bewoners verbonden was, stond toen onder het patronaat van de heilige Agatha, een martelares uit Catania (Sicilië) rond 250 na Christus. Haar voorspraak was gericht tegen hongersnood, geweld en ongeluk.

In 1672 viel het Franse leger onder Ladewijk XIV ons gebied binnen. Met de komst van de Fransen hoopten de gelovigen op betere tijden voor hun kerkelijk leven, maar een strijdtoneel met belegeringen, contributies en roof, bood de mensen ook geen perspectief. Geteisterd door bendewezen, ziektes en oogstverwoesting waren herstel van het geloof, rechtschapenheid en levens-perspectief verdwenen. Molesteringen door zwervende huurlingen en streekbendes waren aan de orde van de dag. Op het hogere vlak zou door de vrede van Nijmegen in het jaar 1678 de Franse expansie aan banden gelegd worden. Echter de diepe wonden waren nauwelijks genezen, of in het jaar 1688 begon de negenjarige oorlog tussen Frankrijk en de Republiek der Nederlanden, versterkt met Engeland en Duitsland. Verruwing en ellende sleepten zich in onze contreien voort.

In de Franse bezettingstijd ontstond op kerkelijk gebied onder de bevolking verdeeldheid tussen het "Gallisch" kerkgezag, dat enerzijds aan Lodewijk XIV onderdanig was (regaalrechten van 1682), en anderzijds het gezag van de op de Paus van Rome gerichte priesters. Zo was de hele katholieke geloofsbelevenis door de oorlog, de verpaupering en ten dele door slechte voorbeelden van de leidinggevende autoriteiten verwaarloosd. Er dreigden gevaren van buiten en van binnen!

Het signaal voor een nieuwe herbezinning en bewustwording kwam pas door de grote overwinning op het uit Zuidoost-Europa oprukkende Osmanische Rijk (Islam). De overwinning die het Duits-Roomse Rijk met de hulp van Polen in de beslissende veldslag bij Wenen in 1683 behaalde, werd als Gods teken aangeduid. Dit werd gezien als redding van het Christelijke avondland voor een dreigende overspoeling van de Islam. Door bemiddeling van Paus Innocentius XI kwam in 1684 snel een grote Alliantie van "De Heilige Liga" tot stand door toedoen van het Duits-Roomse Keizerrijk, Polen en de Republiek Venetië. Vele edelen uit onze streek, die trouw aan het katholieke geloof gebleven waren, voegden zich bij deze Alliantie in de hoop het reeds anderhalve eeuw dreigende gevaar van het ongeloof uit het Zuidoosten eindelijk te kunnen beteugelen. In het jaar 1699 was het gevaar definitief uitgebannen en in alle bisdommen werden dankgebeden uitgesproken, die aan het kerkelijke leven nieuwe hoop en impulsen gaven. Overal in de katholieke landen werden burgerinitiatieven ontwikkeld, aangemoedigd door kerkelijke en wereldlijke gezagdragers, die een nieuwe bewustwording bij de mensen zouden geven van de waarde van het Christendom.

In dit licht zullen wij ook in onze kleine gemeenschap Mheer de nieuwe wind gewaar worden, die onder andere uitging van de St. Aloysius beweging "De Jonkheid". Wij zien op vele plaatsen Sint Aloysius als patroon der jeugd verrijzen onder het leidmotief van hulpvaardigheid en godsgerichte levensbeschouwing. Misschien kan voor het jaar van de oprichting van de Jonkheid ook van invloed zijn geweest, dat het oude kerkje van Mheer toen nog onder het bisdom Luik viel. Als eigenaar van het kerkje in Mheer zetelde toen op het kasteel Philip-Christoph Baron de Loë (1671-1708) uit het huis Wissen. Als derde kind van Degenhard-Bertram had P.C. naast twee zusters in de kloosterorde, zes broers die de geestelijke stand verkozen in Trier, Keulen, Minden, Hildesheim, Gemert en Luik. Een van zijn broers, Willem-Arnoud, werd na zijn studies in de filosofie bij de Jezuïeten te Rome, op 17 April 1683 als Kanunnik naar Luik geroepen. Als diaken gewijd door Bisschop J.A. Blavierwas hij later abt van Eussendael (gestorven op 22 Maart 1712).

In de annalen van het kasteel is vermeld dat hij vanaf 1679 veel bij zijn broer in Mheer vertoefde. Met zijn diploma uit Rome als "Lectoratus" was Willem-Arnoud, voortkomend uit de traditie van de Jezuïetenorde, met hart en ziel betrokken bij de zedelijke opvoeding van de jeugd onder het motto: "Omnis ad Majorem Dei Gloriam" (Alles ter grootste ere Gods!). Terecht mag aangenomen worden dat hij in Mheer zijn sporen nagelaten heeft, want hij was tevens met het mandaat als Keizerlijk commissaris en gedeputeerde (onder de Duits-Roomse Keizer Leopold I) een invloedrijke persoonlijkheid. Wij zien hem namelijk nog eens in de hoge functie van geheime raadsman van Paltsgraaf en Keurvorst Jan- Willem van Beieren en diens echtgenote Maria Aloysia Hertogin van Toscana, en van gedeputeerde te Frankfurt op 12 december 1711 bij de inhuldiging van de Duitse Keizer Carel VI. Willem-Arnoud de Loë, die bekend stond om zijn klemmend betoog voor geestelijke vernieuwing, zal zich zeker in de jaren rond 1690 in het bisdom van Luik en in Mheer niet onbetuigd gelaten hebben.

De gebeurtenissen die in dit historisch overzicht geschetst worden, vormen de achtergrond waartegen het ontstaan van de Jonkheid moet worden gezien. In een wereld van oorlog, onderdrukking en normloosheid vond de bevolking uiteindelijkweer de weg terug naar vrede en menslievendheid.

De Mheerder jeugd hervond deze idealen in het leven van Sint Aloysius en verenigde zich rond het jaar 1690 in een beweging, die naar haar patroon "Jonkheid St. Aloysius" werd genoemd.

 

Algemene informatie

Onder de vele verenigingen van velerlei pluimage die in de parochie Mheer te vinden zijn, is de Jonkheid de vreemde vogel. Eigenlijk zou men de Jonkheid zelfs niet mogen rangschikken onder de normale verenigingen, die alle vast omschreven activiteiten, geregelde bijeenkomsten en een min of meer uitgebreide administratie hebben. Onder de naam Jonkheid verenigen zich slechts, als er zich een gelegenheid voordoet, de vrijgezellen van het dorp. Dat zijn niet alleen de ongetrouwde jongeren maar ook, vooral om hun fanatisme, de oudere vrijgezellen. De gelegenheden die hen binden hebben steevast te maken met traditie. Vandaar dat men een Jonkheid praktisch alleen nog aantreft in de kleine gehuchten en dorpen in het Mergelland, met een nog vrij gesloten leefgemeenschap, waar de hang naar traditionele gebruiken nog onverminderd gebleven is. Mheer is een van die dorpen waar men nog een "bloeiende" Jonkheid aantreft. Traditionele feesten die met het leven op het land te maken hebben worden door de Jonkheid in ere gehouden. Mei-Den planten als vruchtbaarheidsfeest in de lente, organisatie van de sacramentsprocessie en het "huule" zijn er voorbeelden van. Andere gelegenheden waarbij de Jonkheid snel en spontaan paraat is, zijn de gouden bruiloften, de zeldzame diamanten bruiloften en de nog zeldzamer wordende priesterfeesten die in het dorp te vieren zijn. De Jonkheid-jongens slepen denne-groen uit de bossen om de gevels te versieren en de Jonkheid-meisjes zijn avonden lang bezig met het in elkaar vouwen van papieren rozen voor het kleurig accent. Al deze activiteiten van Jonkheid St. Aloysius komen ook in een boekwerkje uitgebreid aan de orde.

Het 300-jarig jubileum in 1990 is gestaafd op een aantekening in een kasboek uit 1949 waarin hetjaar 1690 staat vermeld als oprichtingsjaar. Uit het historisch overzicht uit deze tijd blijkt dat dit jaartal juist kan zijn. Bewijzen kunnen we het echter (nog) niet. Desondanks vinden wij het toch verantwoord om te pratenover drie eeuwen Jonkbeid in Mheer, omdat het niet de gewoonte was van de leiders c.q. bestuursleden van de Jonkheid om veel gegevens op papier te zetten, zelfs nog tot in de 20ste eeuw. De oprichting zalook wel niet plaatsgevonden hebben zoals we ons dat nu voorstellen: met het passeren van een oprichtingsacte en statuten bij een notaris. In een dorpsgemeenschap leven nu eenmaal getrouwde en ongetrouwde mensen en deze laatste categorie werd eertijds "de Jonckheit" genoemd. Deze jongeren hadden na het werk van alle dag veel vrije tijd; zij hoefden niet te zorgen voor een gezin en zij hadden nog geen functies met verantwoording. Daarom waren zij de aangewezen personen om in voorkomende gevallen de handen uit de mouwen te steken. Bijvoorbeeld bij het inhalen van een nieuwe kasteelheer, zoals in 1784 gebeurde. De komst van Gerardus Assuerus Edmond van Loh en zijn echtgenote Maria Alexandrina Maximiliene Adolphe Joseph von Mervelt werd toen feestelijk gevierd. Zij werden afgehaald bij de grens van Margraten en voor de versieringen waren kosten gemaakt tot een bedrag van 259 gulden, 3 stuivers en 2 oort. "Het Jonckheit" had bijgedragen 115 gulden en 1 stuiver en deze som "soude" door de inwoners "aen den Jonckheit alhier worden uytgekeert ende gebeneficeert moeten worden", zo schreef op 17 februari 1785 griffier J .W. Denis. Ook op andere gebieden zullen de jongeren, de ongetrouwden, kortom de Jonkheid actief zijn geweest. Denk aan het mei-boompjes of mei-takken plaatsen zoals dat vroeger gebeurde, de medewerking aan de sacramentsprocessie en het oeroude "huule". De Koninklijke harmonie St. Cecilia van Mheer heeft haar ontstaan trouwens te danken aan de Jonkheid. Op processie-zondag 24 juni 1821 regende het en daarom kon de processie niet uittrekken. De harmonie van St. Martens-Voeren, die ieder jaar de processie muzikaal opluisterde, was echter present. Tussen de leden van de Jonkheid, die de betaling regelde, en de muzikanten van St. Martens-Voeren ontstond toen een woordenwisseling. De Jonkheid wilde niet betalen omdat er niet gemusiceerd was en de andere partij wilde haar geld omdat ze naar Mheer gekomen was. Uiteindelijk werd er toch maar betaald, maar men voelde er niets meer voor om de harmonie uit St. Martens- Voeren nogmaals te vragen en men nam het moedige besluit om zelf een muziekvereniging op te richten.

Uit deze summiere gegevens kunnen we afleiden dat de Jonkheid altijd een eenheid heeft gevormd met de dorpsgemeenschap Mheer en met haar bewoners. En deze eenheid, dit saamhorigheidsgevoel bestaat nog steeds. Dit komt natuurlijk omdat alle inwoners van Mheer, die in Mheer zijn geboren en/of hun jeugd hebben doorgebracht, automatisch lid zijn geweest of nog lid zijn van de Jonkheid.

De vele activiteiten die Jonkheid St. Aloysius nu ontplooit, worden meer uitvoerig beschreven in een boekje, uitgegeven in 1990 ter gelegenheid van drie eeuwen Jonkheid in Mheer. Wij wensen iedereen die dit boekje ter hand neemt veel leesgenot en de samenstellers houden zich altijd aanbevolen voor opmerkingen en aanvullingen, dit alles tot meerdere eer en glorie van onze Jonkheid.
Het boekje, als aanvulling op deze website, kan nog altijd besteld worden bij 1 van de bestuursleden van de Jonkheid, of stuur een mailtje naar de secretaris (zie contact). Het boekje is gratis verkrijgbaar.

In 2015 werd er een nieuw jubileum gevierd. In 2015 bestond de Jonkheid 325 jaar. Ter gelegenheid van deze mijlpaal is er een nieuw boekje uitgegeven. Dit boekje bevat foto's en persoonlijke anekdotes van mensen die kapitein zijn geweest tussen 1990 en 2015. Ook dit boekje is nog steeds verkrijgbaar voor de prijs van € 12,50 . Het boekje kan besteld worden bij een van de bestuursleden of bij Café Quanten opgehaald worden.